Waarom we blijven starten, terwijl we eigenlijk zouden moeten kiezen

In veel organisaties is er altijd wel een moment waarop een nieuw idee op tafel komt. Het voelt vaak energiek. Iets nieuws, iets zichtbaars, iets dat vooruitgang lijkt te brengen.

En dus starten we.

We vaak zien dat projectportfolio management wel ergens bestaat. Soms als een lijst, soms als een overleg, soms als een tool die ooit is ingericht. Maar in de praktijk krijgt het zelden echt gewicht op het moment dat het nodig is. Namelijk wanneer er gekozen moet worden.

Want dat is het lastige deel.

In veel organisaties worden projecten niet echt gekozen. Ze worden toegevoegd. Een goed idee hier, een strategische wens daar, een urgent probleem tussendoor. En voor je het weet groeit het geheel zonder dat iemand expliciet heeft besloten wat níet meer gedaan wordt.

Dat voelt onschuldig. Tot het dat niet meer is.

Wat er eigenlijk gebeurt, is dat capaciteit langzaam versnippert. Teams werken op meerdere initiatieven tegelijk. Prioriteiten schuiven. Doorlooptijden lopen op. En de energie die er aan het begin was, verdwijnt vaak in het midden.

Niet omdat mensen niet willen. Maar omdat er te veel tegelijk gevraagd wordt.

En dat is vaak het ongemakkelijke deel.

Want echt portfolio management betekent niet alleen kijken naar wat belangrijk is. Het betekent ook erkennen dat er grenzen zijn. Dat niet alles kan. Dat starten zonder ruimte eigenlijk gewoon vertraging organiseren is, alleen iets minder zichtbaar.

Soms weten we dit ook wel.

Maar het is makkelijker om nog iets toe te voegen dan om iets stop te zetten. Of om tegen een goed idee te zeggen: nu even niet.

Toch zit daar precies de strategische waarde.

Niet in het verzamelen van projecten, maar in het bewust kiezen. In het durven vertragen voordat het systeem overbelast raakt. In het beschermen van focus, ook als er druk is om te bewegen.

Want uiteindelijk is het niet de hoeveelheid initiatieven die bepaalt wat er gerealiseerd wordt. Maar de ruimte die je overlaat om iets echt af te maken.

En misschien is dat de vraag die vaker gesteld mag worden:

Wat zijn we bereid níet te starten, zodat de rest een kans krijgt om echt te slagen?