Wat ziet leiderschap eigenlijk nog?

Bij problemen in een organisatie wordt vaak gekeken naar de cijfers.

Dat is begrijpelijk. Cijfers geven overzicht. Cijfers worden geacht objectief te zijn.
Ze helpen om patronen te herkennen. Zeker in grote organisaties is dat bijna onvermijdelijk.

Toch zien we wel eens dat een organisatie goede rapportages heeft, terwijl de dagelijkse werkelijkheid steeds moeilijker wordt.

Leveringen schuiven op. Klanten krijgen wisselende informatie. Teams bouwen tijdelijke oplossingen om het werk gedaan te krijgen. En ondertussen blijven veel indicatoren redelijk stabiel.

Dat lijkt vreemd.

Maar vaak komt het doordat niet alles zichtbaar wordt in een dashboard. De extra telefoontjes niet. De handmatige correcties niet. De ervaring van medewerkers die elke dag proberen te voorkomen dat iets misloopt.

En dat is vaak waar het verschil ontstaat tussen kijken en zien.

Een uitdaging voor veel organisaties is dat leiders steeds meer informatie ontvangen en tegelijk verder van het dagelijkse werk komen te staan. Niet uit onwil. Gewoon omdat de schaal van de organisatie dat met zich meebrengt.

Daardoor ontstaat soms een ongemakkelijke situatie.

Mensen onderaan de organisatie zien de problemen groeien. Mensen bovenaan zien vooral dat de doelstellingen nog gehaald worden.

Allebei hebben ze gelijk.

Maar ze kijken naar een andere werkelijkheid.

Op een bepaald moment wordt de vraag dan minder of de cijfers correct zijn. De vraag wordt of de cijfers nog voldoende vertellen over wat er werkelijk gebeurt.

Want veel problemen ontstaan niet doordat niemand ze ziet.

Ze ontstaan omdat iedereen denkt dat iemand anders ze al zichtbaar heeft gemaakt.

Misschien begint goed leiderschap daarom niet met betere antwoorden.

Maar met de bereidheid om opnieuw te onderzoeken wat er buiten het rapport gebeurt.